SUPPLEMENTEN TEGEN PEESBLESSURE

bron: http://www.beyuna.info/externe-berichten-inzake-gezondheid/supplementen-tegen-peesblessure

Uit nieuw onderzoek blijkt dat sporters die vitamine C en gelatine nuttigen, sterker peesweefsel krijgen. Door deze simpele aanpak kunnen sporters wellicht peesblessures voorkomen.
Het is pas voor het eerst op deze manier uitgezocht en het gaat hier voor een deel om een laboratoriumstudie. De adviezen zijn daarom nog niet vastomlijnd. Toch zijn de resultaten hoopgevend.

De studie toont namelijk duidelijk aan dat wie extra gelatine en vitamine C inneemt, meer bouwstoffen voor zijn pezen kan aanmaken. De bouwstof waar het hier over gaat, heet collageen en maakt spierpezen sterker.

Sporten kan leiden tot beschadigd peesweefsel, omdat tijdens een intensieve trainingsperiode het lichaam de aanmaak van collageen niet meer kan bijbenen. De peesschade is niet meer te herstellen met vervelende peesblessures tot gevolg. Zo zijn er legio hardlopers met achillespeesklachten en bestaan er allerhande middeltjes waarvan beweerd wordt dat ze kniepeesklachten van volleyballers kunnen tegengaan. De belangrijkste vraag is echter hoe deze blessures te voorkomen zijn. Een sterkere pees is wellicht een oplossing en gelatine nuttigen helpt daar bij.

Nu blijkt dus dat je op een goedkope, eenvoudige manier wellicht peesblessures kan voorkomen. Een goede reden om het eens in de sportpraktijk uit te proberen, ook al gaat het hier om onderzoeksresultaten en –methoden die nog in de kinderschoenen staan. Schadelijk is het sowieso niet.

Een stevige dosis
Neem vooral niet te weinig gelatine in. Uit het onderzoek blijkt dat een sporter een koolhydraatrijke drank moet drinken met 15 gram gelatine en 48 milligram vitamine C toegevoegd. Deze hoeveelheid vitamine C zit bijvoorbeeld in een sinaasappel.

Sporters die deze hoeveelheden nuttigden maakten in hun pezen anderhalf keer zoveel collageen aan als wanneer zij deze bijzondere cocktail niet dronken, een placebo kregen of minder gelatine in hun cocktail stopten. Dit bleek nadat zij hun pezen hadden belast door meermalen per dag touwtje te springen en steeds een uur voordat ze touwtje sprongen hun cocktail dronken.

Of vitamine C en een relatief grote hoeveelheid gelatine peesblessures voorkomen is niet met zekerheid te zeggen. Dat ze pezen sterker maken lijkt vooralsnog zeer aannemelijk en daarmee is het advies om het eens uit te proberen.

 

Bron 

Onderzoek


Nodig of niet?

Het hard plastic doosje ligt voor me. Het biedt me de structuur die ik in het dagelijks leven graag nastreef maar nooit echt bereik. Althans niet in die mate als het doosje dat aanrijkt. Keurig geordende vakjes. Zes vierkantjes, in twee rijen van drie (of als je van de andere kant kijkt: drie rijen van twee), elk vakje van exact hetzelfde formaat. Plus een rechthoekige ter grootte van precies twee vierkantjes. Er is over nagedacht, over dat doosje.

De vakjes bieden me voldoende ruimte om voor een paar dagen aan voorraad op te bergen. Voorraad vitamines en supplementen. Vroeger, in mijn jeugd, hadden we zoiets niet. Toen ging het anders, zoals heel veel dingen toen anders gingen. Of helemaal niet gingen, omdat ze niet bestonden. Het was de tijd van Joris Driepinter, melk als de Witte Motor, omdat we dan sterke botten zouden krijgen. Waarin we in de winter Davitamon 10 kregen, om extra weerstand te krijgen. Wat ik me niet goed herinner is of wij ook periodiek een lepel levertraanolie naar binnen gewerkt kregen. Ik heb er in ieder geval geen trauma aan overgehouden. En bovendien: toen was ik nog geen vegetariër, dus was er geen weigeringsgrond. En als deel van een ouderwets katholieke familie hadden we nog een escape: aan de borstrok vastgespeld een scapulier, een soort amulet met een afbeelding van een heilige er op. Vraag me nu niet om uit te leggen wat een borstrok is!

Het eten dat we voorgezet kregen was oer-Hollands, het meest exotische was macaroni en een enkele keer nasi. Aardappelen haalden we beneden uit de kelder op en aan het eind van de winter waren ze soms wat doorgeschoten. Het was de tijd van de Saroma toetjes, poeder dat met melk en de garde werd geklopt tot een zoete, gladde pudding. Of als we pech hadden, dan was het kookpudding, zo een met een legendarisch vel er op.

We hadden toen geen benul van voedingswaarden, al bestond er wel een schijf van vijf en werd aangedrongen op gevarieerd eten. Eten dat er in toenemende mate kwam, enerzijds door de ‘verbeterde’ landbouwtechnieken en verhoogde opbrengsten, anderzijds door het toenemende aanbod van buitenlandse producten. Het eten werd gevarieerder en uitgebreider. En pas in de laatste jaren besef ik dat het eten steeds armer is geworden.

Het gesleep met eten, van de ene kant van de wereld naar de andere kant, naar mijn bord, betekent dat groente en fruit onrijp geoogst worden, behandeld moeten worden tegen bederf, met hulpmiddelen moeten narijpen. De puur natuur vitamientjes, zongerijpt, vind je steeds minder terug. In eigen land is de landbouwwetenschap er in geslaagd nóg meer melk uit de koeienuiers te wringen, nóg meer oogst van een hectare land af te halen, nóg meer kippen en varkens in megasilo’s onder te brengen. Inmiddels staat de mest ons bijna tot de lippen en injecteren we het dan maar in de bodem, tesamen met de antibiotica en andere geneesmiddelen die we de dieren voederen om de opbrengst hoog te houden. We peuren de bodem leeg door monocultuur en wat is het resultaat? De voedingswaarde van dat wat op ons bord belandt is drastisch en dramatisch gedaald. Over de hele linie is het gehalte aan vitamines en mineralen in 20 jaar tijd gezakt.

De hardplastic doos lacht me toe. Mijn dagelijkse portie vitamines en supplementen, gestructureerd. Omdat niets doen eenvoudigweg geen optie meer is. Ook al eet ik bij voorkeur biologisch. En vegetarisch.


Gezondheidsclaims…?

We kennen allemaal de reclameleuzen van de reclamereuzen. ‘Koop mij en je wordt gezond.’ ‘Deze ketchup is gezond, want het bevat nu 0% vet’. En dat laatste klopt, want vet hoort helemaal niet in dat product thuis. Alleen zit er wel een grote hoeveelheid suiker in en dat is helemaal niet gezond. Nieuwe Europese regels maken het producenten lastig om gezondheidsclaims de wereld in te slingeren. Als je dat doet, dan zal jouw claim wetenschappelijk bewezen moeten zijn. Daarop wordt toegezien door de EFSA, de European Food & Safety Authority. En de eerste boetes zin al uitgedeeld. Niet mals: 30 mille! Dan krab je toch wel even achter de oren voor je wat beweert. De producten die wij verkopen zijn allemaal laboratorium getest, afkomstig van gecontroleerde teelt, niet genetisch gemanipuleerd, biologisch verbouwd. De producten zijn allemaal getest door het dopinglaboratorium in München en geplaatst op de witte dopinglijst. Dat betekent dat is aangetoond (!) dat sporters deze producten kunnen gebruiken zonder het risico op een positief geteste dopingstaal. Althans niet door het gebruik van deze producten. Dat zijn geen claims, dat zijn feiten. Ook is een feit dat wijzelf de producten gebruiken en uit eigen ervaring kunnen zeggen: geweldig! Niet evidence based, maar experience based. Eigen waarneming, voelen wat het met je doet. Kijken op de weegschaal, merken hoe je conditie verbetert. Ik claim niets, ik onderga. En ervaar hoe goed de producten mij en mijn gezien doen.