Nodig of niet?


Het hard plastic doosje ligt voor me. Het biedt me de structuur die ik in het dagelijks leven graag nastreef maar nooit echt bereik. Althans niet in die mate als het doosje dat aanrijkt. Keurig geordende vakjes. Zes vierkantjes, in twee rijen van drie (of als je van de andere kant kijkt: drie rijen van twee), elk vakje van exact hetzelfde formaat. Plus een rechthoekige ter grootte van precies twee vierkantjes. Er is over nagedacht, over dat doosje.

De vakjes bieden me voldoende ruimte om voor een paar dagen aan voorraad op te bergen. Voorraad vitamines en supplementen. Vroeger, in mijn jeugd, hadden we zoiets niet. Toen ging het anders, zoals heel veel dingen toen anders gingen. Of helemaal niet gingen, omdat ze niet bestonden. Het was de tijd van Joris Driepinter, melk als de Witte Motor, omdat we dan sterke botten zouden krijgen. Waarin we in de winter Davitamon 10 kregen, om extra weerstand te krijgen. Wat ik me niet goed herinner is of wij ook periodiek een lepel levertraanolie naar binnen gewerkt kregen. Ik heb er in ieder geval geen trauma aan overgehouden. En bovendien: toen was ik nog geen vegetariër, dus was er geen weigeringsgrond. En als deel van een ouderwets katholieke familie hadden we nog een escape: aan de borstrok vastgespeld een scapulier, een soort amulet met een afbeelding van een heilige er op. Vraag me nu niet om uit te leggen wat een borstrok is!

Het eten dat we voorgezet kregen was oer-Hollands, het meest exotische was macaroni en een enkele keer nasi. Aardappelen haalden we beneden uit de kelder op en aan het eind van de winter waren ze soms wat doorgeschoten. Het was de tijd van de Saroma toetjes, poeder dat met melk en de garde werd geklopt tot een zoete, gladde pudding. Of als we pech hadden, dan was het kookpudding, zo een met een legendarisch vel er op.

We hadden toen geen benul van voedingswaarden, al bestond er wel een schijf van vijf en werd aangedrongen op gevarieerd eten. Eten dat er in toenemende mate kwam, enerzijds door de ‘verbeterde’ landbouwtechnieken en verhoogde opbrengsten, anderzijds door het toenemende aanbod van buitenlandse producten. Het eten werd gevarieerder en uitgebreider. En pas in de laatste jaren besef ik dat het eten steeds armer is geworden.

20140806-230209-82929154.jpgHet gesleep met eten, van de ene kant van de wereld naar de andere kant, naar mijn bord, betekent dat groente en fruit onrijp geoogst worden, behandeld moeten worden tegen bederf, met hulpmiddelen moeten narijpen. De puur natuur vitamientjes, zongerijpt, vind je steeds minder terug. In eigen land is de landbouwwetenschap er in geslaagd nóg meer melk uit de koeienuiers te wringen, nóg meer oogst van een hectare land af te halen, nóg meer kippen en varkens in megasilo’s onder te brengen. Inmiddels staat de mest ons bijna tot de lippen en injecteren we het dan maar in de bodem, tesamen met de antibiotica en andere geneesmiddelen die we de dieren voederen om de opbrengst hoog te houden. We peuren de bodem leeg door monocultuur en wat is het resultaat? De voedingswaarde van dat wat op ons bord belandt is drastisch en dramatisch gedaald. Over de hele linie is het gehalte aan vitamines en mineralen in 20 jaar tijd gezakt.

De hardplastic doos lacht me toe. Mijn dagelijkse portie vitamines en supplementen, gestructureerd. Omdat niets doen eenvoudigweg geen optie meer is. Ook al eet ik bij voorkeur biologisch. En vegetarisch.

Laat een reactie achter